Diagnostiek

Algemeen

In WEL-010 wordt de patiënt gediagnosticeerd, behandeld en geadviseerd op het gebied van werkgerelateerde longziekten. Er wordt gewerkt via het 5-stappen plan van het zorgpad werkgerelateerde longziekten van de Long Alliantie Nederland: stap 1. signalering, stap 2. arbeidsconsult, stap 3. diagnostiek, stap 4. advies en stap 5. de follow-up.

Gestreefd wordt om voor elke patiënt een advies op maat te geven. Er wordt hiervoor gewerkt met een multidisciplinair overleg met o.a. longartsen, allergoloog, bedrijfsarts en een arbeidshygiënist.

Indien nodig wordt contact opgenomen met de eigen bedrijfsarts, huisarts of leidinggevende. 

De diagnose

Voor de (aanvullende) werkgebonden diagnostiek komen de patiënten terecht bij een (gespecialiseerd) longarts in WEL-010. De eerste stap in de diagnostiek naar werkgerelateerde longklachten is het stellen van de (long)diagnose via de geldende richtlijnen en standaarden. 

De relatie tussen diagnose en werk

Als blijkt uit de anamnese en uitgebreide arbeids (historie) vragenlijsten dat de relatie tussen longklachten en het werk waarschijnlijk wordt geacht, zal dat geobjectiveerd moeten worden, indien mogelijk. Dit is mogelijk met longfunctiemetingen op de werkplek, longfunctiemetingen in ‘acute’ situaties (als de patiënt klachten heeft) en allergologisch onderzoek. De bedrijfsarts kan de werkgever adviseren om een werkplekonderzoek uit te laten voeren door een arbeidshygiënist. In dit werkplekonderzoek kunnen blootstellingsmetingen op de werkplek worden verricht. In een werkplekonderzoek kan een arbeidshygiënist eventuele risicofactoren in kaart brengen en worden eventueel blootstellingsmetingen verricht.  

De patiënt wordt hierna besproken in een MDO-beroepslongziekten met onder meer de expertise van een klinische arbeidsgeneeskundige/bedrijfsarts en arbeidshygiënist. Een uitgebreid advies en behandeling wordt gegeven. Indien wenselijk wordt er contact opgenomen met de eigen bedrijfsarts. De bedrijfsarts kan de werkgever, de werknemer en de ondernemingsraad adviseren welke maatregelen gewenst zijn in het kader van veilige en gezonde werkomstandigheden. Dit is niet alleen in het belang voor de patiënt, maar ook voor diens collega’s die mogelijk aan dezelfde stoffen worden blootgesteld.